Textiel Industrie en (Sociale) Innovatie

2010 – Dit rapport betreft een onderzoek naar goede voorbeelden van de levensvatbaarheid van de ‘low en medium tech’ (LMT) maakindustrie in Nederland anno 2008 en bespreekt de toekomstperspectieven voor deze sector. Het rapport bevat een aantal casestudies, waarbij is gekeken naar de strategische keuzes en “triggers” voor innovaties, product- en procesinnovaties en sociale innovatie.

Onderzoeksvraag
Heeft de textielsector in Nederland nog voldoende toekomstperspectieven? Wat moeten bedrijven doen om te overleven?

Aanpak
Deze studie naar de levensvatbaarheid van de Textiel industrie in Nederland is onderdeel van een bredere studie naar de kansen van LMT maakindustrie in Nederland. Er is gezocht naar verschillende soorten bedrijven in deze sector die volgens betrokken branche- en werkgeversorganisaties, vakorganisaties en kennisinstituten redelijk tot goed scoren op punten als strategische oriëntatie, product innovatie, proces innovatie en sociale innovatie. Daarmee zouden zij – na nadere analyse – kunnen dienen als voorbeeldfunctie voor het behoud van deze sector.

De vijf gekozen bedrijven variëren qua achtergrond en grootte. Een aantal bedrijven hebben eigen –oud – kapitaal, een aantal zijn onderdeel van een groot concern, sommige hebben delen van de productie uitbesteed of verplaatst naar het buitenland, anderen juist niet.

De casestudies volgen de volgende onderzoekslijn: strategische keuzes en “triggers” voor innovaties, product- en procesinnovaties en sociale innovatie.

Van de volgende vijf organisaties is een casestudie gemaakt:

Johan van den Acker Textielfabriek

Textielfabriek Artex BV

Textielfabrieken H. van Puijenbroek

Van Oerle Alberton

Textielfabriek Vlisco

Resultaten
Bij de onderzochte bedrijven blijkt er een stevige relatie te zijn tussen strategische oriëntaties en heroriëntaties, de product- en procesinnovaties en de hiervoor benodigde sociale innovaties. Daarnaast zagen de auteurs de volgende punten terug in het onderzoek op het gebied van sociale innovatie:

·

Sterk dynamisch management, met name strategische heroriëntaties;

·

Organisatie flexibiliseren, aanpassing bedrijfscultuur, leiderschapsstijl;

·

Competentieontwikkeling in stroomversnelling;

·

Zoektocht naar nieuwe jonge medewerkers op alle niveaus.


Conclusie/aanbevelingen

·

De vijf cases laten zien dat zogenaamde ‘LMT’ bedrijven in de textielsector, mits voldoende aandacht voor strategieontwikkeling en product- en procesinnovatie in markten met een hoge toegevoegde waarde, succesvol kunnen ondernemen in en vanuit Nederland.

·

Daarbij is het evident dat sociale innovatie een cruciale rol speelt. Niet alleen dynamisch managen, maar ook flexibel organiseren (organisatieontwikkeling, bedrijfscultuur doorbreken, leiderschapstijlen aanpassen) en slimmer werken (competentieontwikkeling en aantrekken van nieuwe jonge medewerkers) zijn van groot belang.

·

De eerste grote handicap voor de toekomst is de teloorgang van de oorspronkelijk uitstekende kennisinfrastructuur voor de textielsector. Kennis wordt nu meer gehaald uit het buitenland, bij fabrikanten van machines en bij bedrijven met specifieke technische kennis (met name ‘hi-tech’).

·

De tweede grote handicap is de teloorgang van de opleidingsinfrastructuur. Nieuwe vaklieden en technici zijn broodnodig om de nieuwe rol van de ‘ontwikkelcentra’ in de textielbedrijven in Nederland te ondersteunen.

·

Als het niet lukt om deze twee bedreigingen van de huidige textielsector te transformeren in kansen, dan kan dit verder uitbesteden en/of offshoren bevorderen, met verdere negatieve werkgelegenheidseffecten.

·

In het licht van het bovenstaande kunnen sociale partners trachten om met name sociale innovatie bij ondernemingen te bevorderen en de ruimte daarvoor, zoals omschreven in de huidige MITT-CAO, te gebruiken.

·

Daarbij kan gebruik worden gemaakt van diverse subsidies, waaronder innovatievouchers via de Provincie en ESF-subsidie via het Ministerie van SZW. In het laatste geval is een van de voorwaarden dat werkgever en werknemers beiden het project ondersteunen.

Verwijzing
Het gehele onderzoeksrapport is als bijlage opgenomen.

Bronvermelding
De titel van dit rapport is: Textielindustrie en (Sociale) Innovatie. Een onderzoek naar goede voorbeelden van de levensvatbaarheid van de ‘low en mid-tech’ maakindustrie in Nederland anno 2008. Dit onderzoek is uitgevoerd door Ir. Theo Bouwman van STZ Advies&onderzoek in opdracht van FNV Bondgenoten en Modint/VTN.

Keywords
Dynamisch managen, flexibel organiseren, slimmer werken.